Tonia was nooit zo mee bezig met ziekte en de dood, maar sinds ze richting de 60 gaat, hoort ze het overal om zich heen: mensen krijgen kanker of andere rotziektes. Langzaam begint ze zelf doodongerust te worden. “Ik check mijn lichaam elke dag en bij ieder pijntje denk ik: oh nu ben ik aan de beurt.”
“Het begon eigenlijk toen mijn beste vriendin borstkanker kreeg. Het was goed behandelbaar en ze is inmiddels genezen, maar het zaadje was geplant: als zij het kreeg, kon ik het net zo goed krijgen. En misschien was ik er dan wel te laat bij. Ik besloot naar de huisarts te gaan om te vragen om een extra mammografie. Niet dat ik iets voelde, maar ik zocht naar zekerheid. De huisarts vond het onzin en gaf geen verwijzing. Daarop besloot ik dan maar naar een privékliniek te gaan. Er bleek natuurlijk niets aan de hand.
Maar ik was niet gerustgesteld. De broer van mijn man had een melanoom. Wederom: niet uitgezaaid. Een kleine operatie in het ziekenhuis en klaar was het weer, maar toch: ik ging elke moedervlek bestuderen en vond al snel een paar gekke. De huisarts, die me inmiddels doorhad, stuurde me niet naar de dermatoloog, maar naar een psycholoog.
Bijna 112 gebeld
In eerste instantie vond ik dat erg flauw van hem. Ik bedoel, ook als je naar de cijfers kijkt: de helft van de Nederlanders krijgt ooit kanker, een vreselijk hoog getal. Dan is het toch niet gek dat ik daar een beetje angstig van word? Ik ben toch naar de psycholoog gegaan. Toen ik daar opsomde hoe vaak ik aan ziektes dacht en hoe ik met mijn lichaam bezig was, schrok ik zelf ook wel: elke dag zat ik te googelen en niet alleen op kankersymptomen, als ik ook maar iets voelde in mijn borstkas dacht ik aan een hartaanval. Ik heb een keer bijna 112 gebeld, omdat ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had.
De psycholoog probeerde me te kalmeren en leerde me dat mijn angstgevoelens niet de werkelijkheid zijn, maar feit blijft dat je op mijn leeftijd en zeker als je nog ouder wordt steeds meer kans loopt om ziek te worden. Dat blijft een verschrikkelijke gedachte. Ik heb het nu zo goed. De kinderen zijn het huis uit. Mijn man en ik zijn allebei vier dagen gaan werken, zodat we alle tijd hebben om er samen op uit te gaan. Ik wil dat dit gewoon nog heel lang zo doorgaat.
Maar dat heb je natuurlijk niet in de hand. Mijn moeder is 88, maar mijn vader is al 20 jaar dood. Het blijft wrang dat zoiets groots als het leven neerkomt op het goede lootje trekken in de loterij. Natuurlijk kun je gezond leven, iets dat ik ook obsessief ben gaan doen om het noodlot af te wenden: ik sport drie keer in de week, ga elke dag een uur wandelen, eet veel groente en fruit en ben gestopt met alcohol. Feestelijker wordt het leven er niet van, maar het stelt me enigszins gerust dat ik er zo in ieder geval alles aan doe om gezond oud te worden. En nu maar duimen!